Om met elke auto alle werkzaamheden en diagnoses te kunnen doen, is een garagebedrijf afhankelijk van de diagnoseapparatuur. De merkdealer klopt daarvoor aan bij de autofabrikant. Lees hier hoe universele garagebedrijven toch toegang houden tot de juiste software…

Er was eens…. Een universeel garagebedrijf. Deze wilde aan alle auto’s kunnen werken op hetzelfde niveau als de merkdealers. Echter: Om van elk merk de originele uitleescomputer aan te schaffen, zou een nogal kostbare aangelegenheid worden. Bovendien staan er dan tientallen computers op een rijtje die elk een volledige computer zijn, en enkel verschillen door de ge├»nstalleerde merkspecifieke programmatuur. Immers: Ieder automerk heeft zijn eigen “taal”. Dat wil zeggen dat de verschillende fabrikanten onafhankelijk van elkaar hun eigen logica hebben ontwikkeld bij het ontwerpen van een auto. Simpele voorbeelden in de lay-out van de auto men een zekeringkast (tegenwoordig boordnetregelapparaat, oftewel een computer) bij de ene auto linksvoor boven de pedalen tegenkomt, en bij een andere auto rechts achterin de kofferbak.

Behalve qua lay-out verschillen auto’s ook totaal van de gekozen componenten waar systemen in ondergebracht zijn. Tref je bij het ene merk een ABS-regelapparaat aan wat de abs-pomp aanstuurt, bij een ander merk is dat bijvoorbeeld 1 geheel of is een ander systeem als ESP of bandenspanningcontrole (TPMS) er bij ingebouwd.

Dit ziet men terug in de programmatuur die dan ook verschilt. Niet alleen wat betreft hoe de auto opgebouwd is, maar ook de daadwerkelijke taal, dus het soort signalen waarmee de componenten in de auto met elkaar communiceren in hun onderlinge datanetwerk. En natuurlijk naar buiten toe, naar de diagnosetester in de werkplaats.

Om kort te gaan: Er is natuurlijk de grote wens voor 1 werkplaatscomputer die met elk type auto uit de voeten kan. Is dat er? Ja en nee. En dat komt door de autofabrikanten, die er lang niet al te snel mee zijn de nodige software vrij te geven. Waarom niet? Omdat bij gebrek aan ondersteuning door het universele kanaal de autobezitter richting merkdealer gedwongen wordt. En die besteld zijn onderdelen bij de fabrikant.

Echter: In Europa kennen we reeds lange tijd de “Wet Monti” die voorziet in eerlijke concurrentie en (onder andere auto-)fabrikanten dan ook┬á verplicht stelde alle technische informatie, nodig om een auto goed en veilig rijdend te houden beschikbaar te stellen aan wie dan ook.

Schoorvoetend doen de fabrikanten hieraan mee, aangezien er flinke sancties kunnen worden uitgedeeld. Echter geven de meeste autofabrieken slechts zeer beperkte of zelfs gedeeltelijk versleutelde gegevens. Ze hebben dan aan hun verplichting voldaan, maar het kost de partijen die de universele diagnoseapparatuur ontwikkelen vervolgens nog heel wat hoofdbrekens en speur- en ontwikkelingswerk om met de betere softwareontwikkelaars alles te programmeren wat nodig is voor een perfect werkende uitleescomputer voor alle merken.

In de hedendaagse werkplaatspraktijk zien we daardoor terug, dat het handig is meerdere werkplaatscomputers naast elkaar te gebruiken. Want: Elke leverancier van uitleesapparatuur maakt zich net weer hard voor een andere groep automerken.

Om als universele garagehouder alle klanten te blijven bedienen op dealerniveau, met behoud van de fabrieksgarantie, ontkomt men er niet aan verschillende systemen aan te schaffen. En te blijven bijscholen om een brede kennis van alle verschillende auto’s te houden. Op deze manier is het stellen van diagnose en oplossen van problemen aan de modernste auto’s een leuke uitdaging!